Langs de Crabbeweg in Balloo huppelt een hond tussen de eikenbomen. Tien meter erachter wandelt Marianne Duinkerken, schaapsherder. Alleen. “Ik ben mijn schapen kwijt. Ze zijn ontsnapt”, zegt ze vrolijk. Een mededeling waarvan ik, leek in de schapenbusiness, toch een beetje nerveus word. 500 schapen kwijt? Help! Maar Marianne giechelt en stapt in ferme pas verder richting hei. Ze kent haar pappenheimers, weet waar ze van houden. En een kwartiertje later lopen we op het Balloërveld en is de kudde weer terecht. “Ik ben bang dat ik zelf het hek van de nachtweide heb opengelaten”, zegt ze. “Dat is me de laatste tijd vaker overkomen.” Het is ook geen wonder, als je zo’n nare tijd achter de rug hebt. In oktober brandde de schaapskooi, het wolatelier en de kapschuur van de Herders van Balloo volledig uit. “Dat weekend hing er een dichte mist”, vertelt Marianne. “We waren alles kwijt, de hond, de schapen. Maar zoeken was niet te doen. We zagen geen hand voor ogen. Pas toen alles uitgebrand en geblust was en de schapen weer terecht waren, trok de mist op. Alsof het allemaal een nare droom was geweest. Maar het was echt gebeurd.” Tien jaar levenswerk van Marianne en haar man Albert Koopman in één nacht in de as. “We waren net op een punt dat we het zonder subsidies konden redden. Nu moeten we alles weer van voren af aan opbouwen”, zegt Marianne. Het grootste verdriet was dat ook herdershond Tom omkwam in de vlammen. De hond overnachtte altijd bij de kudde. Ook dierbare herinneringen die Marianne verwerkte in kunstwerken gingen in rook op. De draad weer oppakken viel dan ook niet mee. Maar schapen moeten grazen. Elke dag en liefst de héle dag, dus veel tijd om stil te staan bij de ellende was er niet. “Gelukkig biedt de natuur rust en ruimte om na te denken”, zegt Marianne, terwijl ze een appel uit haar rugzak opdiept. Jeugdige overmoed Inmiddels is begonnen met de herbouw van de schaapskooi. En is er een nieuwe hond aangesteld als herdersassistent: ‘Het mooiste seizoen is de lente. Dat je na een boom kunt leunen. Heerlijk is dat’ Lena, een 9 maanden jonge bordercollie. “We hebben eerst een volwassen hond geprobeerd, maar die bleek bang te zijn voor schapen”, lacht Marianne. “Als de kudde zich omdraaide, nam hij de benen.” En nu is daar dus Lena. Superenthousiast en vol jeugdige overmoed. ‘Drijven? Tuurlijk: kan ik toch!’, zie je haar denken. Om vervolgens als een katapult dwars door de kudde te schieten, zodat de schapen in blinde paniek alle kanten opstuiven. Lena laat haar oren flapperen in de wind en drijft dan een twintigtal schapen bijeen waar ze net zolang rondjes omheen rent tot de schapen duizelig stil blijven staan. “Léná!”, roept Marianne. “Je vergeet de helft sukkel!” En als dat niet helpt: “Léna kom híer, ben je gek?!” Na enig aandringen kruipt de hond schuldbewust tussen Mariannes benen. “Bordercollies willen altijd drijven”, vertelt ze. “Kippen, ganzen, schapen… Dat doen ze gewoon. Maar ze moeten wel leren wat ze wanneer moeten doen.” Tot die tijd bestuurt Marianne de kudde voornamelijk met haar stem: “Gaan jullie meekomen!” Dagelijks wieden Marianne belandde tien jaar geleden in het herdersvak via haar nieuwe partner Albert, die het werk al dertig jaar doet. “Het is hard werken. Ik ben de hele dag buiten met de schapen en ’s avonds ben ik kapot! In de wintermaanden, als het erg koud is, zijn er dagen dat ik om 4 uur terug moet om warm te worden. Nou zijn de dagen in de winter sowieso korter omdat de schapen niet op pad willen 2012 MAART 103 die lange winter weer in het zonnetje tegen Noot van de redactie De foto’s werden een jaar geleden gemaakt, vóór de brand in de schaapskooi. Daarom zie je hier de trouwe Tom nog in actie en niet jonge hond Lena uit het verhaal. Pagina 20

Pagina 22

Heeft u een PDF, ibrochure of digitale onderwijs magazines? Gebruik Online Touch: artikel digitaal publiceren.

17:Buitenleven 2/2012 Lees publicatie 12Home


You need flash player to view this online publication